Reguliere kijk op de ziekte van Pfeiffer

Artsenpraktijk Reeskamp-Blok

Biofysische geneeskunde

 

EAV, bioresonantie, homeopathie,         acupunctuur en neuraaltherapie

 

 

 

 

Tekstvak: De ziekte van Pfeiffer (mononucleosis infectiosa) is een infectieziekte. Het wordt veroorzaakt door het Epstein Barr virus dat in het speeksel voorkomt. Omdat het virus mogelijk o.a. door kussen wordt overgebracht, wordt de ziekte van Pfeiffer ook wel 'kissing disease' genoemd. 

De ziekte van Pfeiffer begint vaak met keelpijn, koorts en opgezette klieren in de hals. De keelpijn duurt bij de ziekte van Pfeiffer vaak wat langer dan bij een gewone keelontsteking. De ziekte van Pfeiffer kan ook zonder keelpijn verlopen. Op het gehemelte kunnen kleine bloeduitstortinkjes zichtbaar zijn. Soms is de lever tijdelijk vergroot en is de leverfunctie verstoord. Daarnaast kan hoofdpijn, misselijkheid, transpireren en hoesten voorkomen. Vaak is vermoeidheid het meest opvallende verschijnsel. Na besmetting duurt het een paar weken voordat de eerste ziekteverschijnselen optreden.
Het feit dat de klachten (keelpijn, vergrote halsklieren, moeheid) langer duren dan je bij een normale keelontsteking zou verwachten, duidt erop dat het om Pfeiffer kan gaan. Bij lichamelijk onderzoek wordt in de keel gekeken en naar de halsklieren en de lever gevoeld. Bloedonderzoek kan de diagnose bevestigen, maar geeft geen duidelijkheid over de ernst en de duur van de ziekte.

Er zijn verschillende laboratoriumtesten beschikbaar voor het aantonen van de ziekte van Pfeiffer. De Paul-Bunnellreactie of de Monospot-test testen op heterofiele antistoffen. Heterofiele antistoffen bereiken pas na 2-3 weken hun top, zodat de test in de beginfase van de ziekte fout-negatief kan zijn. Heterofiele antistoffen worden echter ook  bij infecties met cytomegalovirus gevonden, zodat in deze test Pfeiffer en cytomegalie met met elkaar verward kunnen worden.  De monospottest en Paul-Bunneltest zijn met name in de jonge leeftijdsgroepen vaak fout-negatief. Er komt dan geen Pfeiffer uit terwijl er in werkelijkheid wel Pfeiffer is. Fout-positieve reacties komen voor bij zwangere vrouwen of personen met auto-immuunziekten. Het lijkt dan of er sprake is van Pfeiffer, terwijl dat in feite niet zo is.
Onderzoek naar diverse soorten specifieke Epstein Barr Virus antistoffen kan worden uitgevoerd met ELISA-technieken of immunofluorescentie. Specifieke IgM- en IgG-antistoffen zijn al vroeg in de ziekte aantoonbaar. IgG blijft levenslang aantoonbaar. IgM is na drie maanden niet meer te vinden en kan een acute Epstein Barr Virus-infectie aantonen.

















Met een speciale techniek, de aviditeitsbepaling kan in enige mate onderscheid gemaakt worden tussen een recente infectie en een reactivatie van een langer bestaande latente infectie.

Er bestaan geen reguliere medicijnen tegen de ziekte van Pfeiffer. Omdat de ziekte door een virus wordt veroorzaakt, hebben antibiotica geen zin. Bovendien kunnen antibiotica bij de ziekte van Pfeiffer huiduitslag veroorzaken.

De ziekte van Pfeiffer kan na kortere of langere tijd vanzelf genezen. Er kan echter ook een zeer langdurige nasleep ontstaan. Vooral chronische moeheid kan als restklacht na Pfeiffer blijven bestaan. Maar ook keelpijn, vergrote lymfklieren en buikklachten kunnen restverschijnselen zijn. Soms keren de verschijnselen van de ziekte van Pfeiffer af en toe terug in periodes van verminderde weerstand. Er is dan geen nieuwe besmetting opgetreden maar het betreft een opvlamming van een “oude Pfeiffer”.