Tarweallergie en glutenintolerantie     

Artsenpraktijk Reeskamp-Blok

Biofysische geneeskunde

 

EAV, bioresonantie, homeopathie,         acupunctuur en neuraaltherapie

 

 

 

 

Tekstvak: Wat is het verschil tussen tarweallergie en glutenintolerantie?		           Tarweallergie is een allergie voor eiwitten in tarwe. Glutenintolerantie betekent het niet kunnen verdragen van gluten, een bestanddeel van graansoorten zoals tarwe, rogge, gerst en spelt.

Wat is tarweallergie? 								   
Bij een voedselallergie is sprake van een ongewenste reactie op voedsel door een abnormale reactie van het immuunsysteem van het lichaam. Tarweallergie kan net als andere vormen van voedselallergie veel verschillende klachten veroorzaken, bijvoorbeeld huid-, darm- en luchtwegklachten, moeheid en zelfs anafylactische shock. Bij een tarweallergie kan zelfs de kleinste hoeveelheid tarwe al ernstige klachten veroorzaken.
De belangrijkste maatregel voor iemand met tarweallergie is het volledig weglaten van tarwe en alle tarwehoudende producten. 
Behandeling van tarweallergie gebeurt in onze praktijk door middel van bioresonantie. Bioresonantie behandeling kan een sterk verbeterend effect hebben op voedselallergieën en dus ook op tarweallergie. In veel gevallen is het daarna weer mogelijk in meer of mindere mate tarwe producten te gebruiken zonder dat men er klachten van krijgt. 
Als bij de EAV-meting na een serie bioresonantie behandelingen blijkt dat de tarweallergie niet meer aanwezig is dan mag geleidelijk weer tarwe in het voedingspatroon opgenomen worden.  

Wat is glutenintolerantie?                                                                              Glutenintolerantie, ook coeliakie genoemd, is een chronische overgevoeligheid voor gluten. Bij coeliakie worden de darmvlokken van de dunne darm door gluten zodanig beschadigd dat het darmslijmvlies niet meer optimaal werkt, waardoor voedingsstoffen niet goed verteerd en opgenomen kunnen worden. Dit kan verschillende klachten veroorzaken, zoals diarree, buikpijn, vermoeidheid en gewichtsverlies. De aard en de ernst van de klachten, en ook de leeftijd waarop de klachten ontstaan, kan per persoon verschillen.  
Er zijn duidelijke aanwijzingen dat bij coeliakie erfelijke aanleg een rol speelt. Rond 10% van de eerstegraads verwanten (ouders, kinderen, broers en zussen) van coeliakiepatiënten krijgt zelf ook een glutenintolerantie. Veelal zal de aanleg voor glutenintolerantie pas tot uiting komen in combinatie met een trigger. Een emotionele of fysieke stresssituatie kan een trigger zijn, maar ook een beschadiging van de darmwand door bijvoorbeeld een darminfectie. Ook de voeding kan een rol spelen bij het ontstaan van coeliakie. 
Bij de behandeling van glutenintolerantie is daarom naast een glutenvrij-dieet ook het opsporen van de triggers van groot belang.  Hierbij kan naast de reguliere onderzoeken ook het EAV-onderzoek relevante aanvullende informatie geven. 

Tarwevrij en glutenvrij                                                                                                          Bij tarweallergie wordt spelt vaak wel verdragen, maar zekerheidshalve moet dit wel eerst getest worden. Ook andere graansoorten, zoals boekweit, maïs en rijst, worden soms wel en soms niet verdragen, en moeten dus eerst getest worden.  
 
Bij glutenintolerantie zijn tarwe, spelt, gerst en rogge niet toegestaan. Over de invloed van haver zijn de meningen verdeeld. Rijst, maïs en boekweit worden bij coeliakie wel verdragen.

Voedingsmiddelen met tarwe of gluten:
Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat brood, banket, pasta’s en ontbijtproducten meestal tarwe en dus ook gluten bevatten. Maar in talloze voedingsmiddelen is op een veel minder opvallende manier toch tarwe verwerkt.

Bij de Allergenendatabank ALBA kunt u een overzichtslijst van tarwevrije of glutenvrije merkartikelen aanvragen, zie http://www.allergenendatabank.nl (onder: lijsten).
Tekstvak: printbare versie