Wetenschappelijke kijk op de ziekte van Pfeiffer

Artsenpraktijk Reeskamp-Blok

Biofysische geneeskunde

 

EAV, bioresonantie, homeopathie,         acupunctuur en neuraaltherapie

 

 

 

 

Tekstvak: In het Leids Universitair Medisch Centrum wordt door de afdeling experimentele microbiologie al jaren wetenschappelijk onderzoek verricht naar het Epstein Barr Virus, de verwekker van de ziekte van Pfeiffer.

Er zijn mensen die overlijden aan de ziekte van Pfeiffer, maar dat is hoogst zeldzaam: de meesten merken juist niets van een besmetting. Het virus dat Pfeiffer veroorzaakt, is dan ook goed aangepast om ons immuunsysteem te slim af te zijn. Het Epstein Barr Virus behoort tot de herpesfamilie (bekend van onder andere waterpokken, gordelroos, koortslippen en herpes genitalis) en hun infecties zijn zonder uitzondering blijvend. 
De onderzoeksgroep van het LUMC publiceerde een nieuw mechanisme waarmee het Epstein Barr Virus ons immuunsysteem ontduikt. Het zou gaan om een gen dat zorgt dat bepaalde witte bloedcellen de infectie niet opmerken, waardoor de virussen zich kunnen vermenigvuldigen en in ons lichaam kunnen gedijen zonder door het immuunsysteem te worden uitgeschakeld. 
 
Een Pfeiffer infectie lijkt iets dat vooral jongeren treft, maar eigenlijk is dat niet zo. Volgens de LUMC onderzoekers raakt bijna iedereen vroeg of laat in het leven besmet.  Wel zijn het vooral de jongeren die er ziek van worden. Wie als kind besmet raakt met Pfeiffer merkt er meestal weinig of niets van. Maar bij het toenemen van de leeftijd wordt de kans groter om symptomen te krijgen. Hoe dat komt is niet bekend. Vooral hoogopgeleiden worden laat besmet, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek. Dit hangt mogelijk samen met het opgroeien onder zeer hygiënische omstandigheden. In ontwikkelingslanden met minder hygiëne leidt EBV bijna nooit tot ziekte. De kans op ziekteverschijnselen bij besmetting met het EBV virus wordt ook groter als er al andere verzwakkende omstandigheden zijn, bijvoorbeeld andersoortige infecties.

Vermoeidheid is het bekendste symptoom van de ziekte van Pfeiffer. De ziekteverschijnselen komen niet van het virus zelf, maar van een overdreven reactie van het immuunsysteem, aldus de microbiologisch onderzoekers. Wie ziek wordt van een EBV-besmetting maakt veel meer T-cellen (een type witte bloedcellen) dan nodig is om de infectie tegen te gaan. Daarvan zwellen de lymfeklieren in de hals zo op dat keelpijn ontstaat. Ook de milt zwelt op en de leverfunctie raakt verstoord door alle T-cellen die zich er ophopen. De immuun perikelen leiden bovendien tot langdurige moeheid. Waarom juist Pfeiffer tot zo’n vreemde reactie leidt is nog onbekend.  
 
Omdat het niet het virus is dat klachten geeft, is er eigenlijk geen behandeling voor Pfeiffer mogelijk. Een reguliere behandeling zou de T-cellen moeten onderdrukken, maar dat is nogal ingrijpend. De onderzoeksgroep van het LUMC houdt zich wel bezig met EBV in transplantatie patiënten. Bij hen blijkt het virus namelijk een extra gevaar op te leveren: als hun immuunsysteem wordt platgelegd om de afstotingsverschijnselen tegen te gaan, kan een EBV infectie tot kanker leiden. 
Maar over de doorsnee patiënt zijn de onderzoekers duidelijk: gewoon rust houden!